Onderwijsdoelen Zonder-water-ballet
Onderwijsdoelen Zonder-water-ballet
1. Nieuwe einddoelen (minimumdoelen kleuteronderwijs, 4de & 6de leerjaar)
1.1. 4de Leerjaar
1.1.1. Attitudes (te bereiken minimumdoelen op populatieniveau)
1.1.1.1. Leerondersteunende vaardigheden
o Verantwoordelijkheid opnemen om tot optimaal leren te komen
· De leerlingen kunnen zelfstandig, in duo en in groep werken zonder storend gedrag te vertonen.
1.1.2. Lichamelijke opvoeding (te bereiken minimumdoelen op populatieniveau)
1.1.2.1. Motorisch competenties en fysieke competenties
o Groot motorische en fysieke competenties
· De leerlingen kunnen in bewegingscontexten grootmotorische vaardigheden toepassen, waaronder heffen en dragen, klimmen en klauteren, rijden en glijden, sluipen en kruipen, springen en landen, stappen en lopen, werpen, vangen en trappen, zwieren, balanceren en roteren.
· De leerlingen kunnen in bewegingscontexten de KLUSCE-componenten kracht, lenigheid, uithouding, snelheid, coördinatie en evenwicht gecombineerd gebruiken.
o Psychomotoriek (lichaamsperceptie, tijdsperceptie en ruimteperceptie)
· De leerlingen kunnen in bewegingscontexten bewegingen uitvoeren volgens een opgelegd ritme.
· De leerlingen kunnen in bewegingscontexten bewegingen afstemmen op de ruimte (positie, afstand, richting, bewegingsbaan) in gecontroleerde situaties.
· De leerlingen kunnen in bewegingscontexten snel en correct reageren op auditieve, visuele en tactiele instructies.
· De leerlingen kunnen in bewegingscontexten omgaan en rekening houden met de eigen lichaamskenmerken (mogelijkheden en beperkingen).
1.1.3. Muzische vorming (te bereiken minimumdoelen op populatieniveau)
1.1.3.1. Domeinoverschrijdend
o Vaardigheden en vormgevingsmiddelen
· De leerlingen kunnen technieken/vaardigheden van de vijf muzische domeinen gebruiken.
1.1.3.2. Dans
o bouwstenen
· De leerlingen kennen de volgende begrippen: de volgorde, solo, duo, de plaats in de ruimte, versnellen en vertragen.
· De leerlingen kunnen in een specifieke opstelling dansen.
· De leerlingen kunnen zelf bewegingszinnen ontwerpen en uitvoeren.
· De leerlingen kunnen synchroon dansen.
· De leerlingen kunnen dansen vanuit een specifieke spierspanning.
· De leerlingen kunnen bewegingen vergroten, verkleinen en vervormen.
1.2. 6de Leerjaar
1.2.1. Attitudes (te bereiken minimumdoelen op populatieniveau)
1.2.1.1. Leerondersteunende vaardigheden
o Verantwoordelijkheid opnemen om tot optimaal leren te komen
· De leerlingen kunnen doorzettingsvermogen tonen om een opdracht tot een goed einde te brengen, ook als het moeilijk wordt.
· De leerlingen kunnen positief en met vertrouwen communiceren met leeftijdsgenoten en volwassenen.
1.2.2. Lichamelijke opvoeding (te bereiken minimumdoelen op populatieniveau)
1.2.2.1. Motorisch competenties en fysieke competenties
o Groot motorische en fysieke competenties
· De leerlingen kunnen in bewegingscontexten grootmotorische vaardigheden toepassen waaronder heffen en dragen, klimmen en klauteren, rijden en glijden, sluipen en kruipen, springen en landen, stappen en lopen, werpen, vangen en trappen, zwieren, balanceren en roteren in complexere bewegingssituaties.
· De leerlingen kunnen in bewegingscontexten verschillende (aangepaste) sport-, spel- en bewegingsactiviteiten uitvoeren door zelfstandig oplossingen voor een bewegings- of spelprobleem te zoeken.
o Psychomotoriek (lichaamsperceptie, tijdsperceptie en ruimteperceptie)
· De leerlingen kunnen in bewegingscontexten combinaties van bewegingen onthouden en zonder aanwijzingen uitvoeren volgens een opgelegd ritme.
1.2.3. Muzische vorming (te bereiken minimumdoelen op populatieniveau)
1.2.3.1. Domeinoverschrijdend
o Vaardigheden en vormgevingsmiddelen
· De leerlingen kunnen technieken/vaardigheden van de vijf muzische domeinen toepassen.
1.2.3.2. Dans
o bouwstenen
· De leerlingen kennen de volgende begrippen: de cadans, de spierspanning, dansstijlen, de choreografie, slow motion, het dansstuk, het evenwicht, opstellingen, synchroon, leiden en volgen.
· De leerlingen kunnen de duurtijd van een beweging aanpassen.
· De leerlingen kunnen een frasering ontwerpen en uitvoeren rond een thema.
· De leerlingen kunnen op elkaar inspelen en elkaar volgen in een dans.
· De leerlingen kunnen bewegingen overdrijven.
2. Oude einddoelen (ontwikkelingsdoelen & eindtermen)
2.1. 4de & 6de leerjaar (eindtermen)
2.1.1. Lichamelijk opvoeding
2.1.1.1. Lichamelijke opvoeding – motorische competenties
2.1.1.1.1. Zelfredzaamheid in kind-gerichte bewegingssituaties
o Lichaams- en bewegingsbeheersing
· De leerlingen kunnen de motorische basisbewegingen op een voldoend flexibele en verfijnde wijze aanwenden in gevarieerde en complexe bewegingssituaties.
o Voorkeurlichaamszijde, lichaamsopbouw, lichaamsbesef
· De leerlingen tonen in het bewegen een intuïtief, maar ook een bewust kennen, aanvoelen, omgaan en rekening houden met de eigen lichaamskenmerken, -mogelijkheden en -beperkingen.
2.1.1.1.2. Groot-motorische vaardigheden en acties in gevarieerde situaties
o Ritmisch en expressief bewegen
· De leerlingen kunnen bewegingsvormen uitvoeren op een opgelegd ritme.
· De leerlingen kunnen een danscombinatie (een aantal bewegingspatronen achter elkaar) onthouden en zonder aanwijzingen uitvoeren.
2.1.1.1.3. Oplossen van kind-aangepaste bewegingsproblemen
· De leerlingen kunnen geconcentreerd bezig zijn met een bewegingstaak.
· De leerlingen zoeken zelfstandig en op een creatieve manier naar een oplossing voor een bewegings- of spelprobleem.
· De leerlingen zijn bereid zichzelf vragen te stellen over hun aanpak voor, tijdens en na het oplossen van een bewegingsprobleem en willen op basis hiervan een aanpak (bij)sturen.
2.1.1.2. Lichamelijke opvoeding – zelfconcept en het sociaal functioneren
· De leerlingen zijn bereid een opdracht vol te houden en af te werken.
· De leerlingen kunnen hun eigen inspanning en die van anderen inschatten en waarderen.
· De leerlingen tonen spontaneïteit, expressiviteit en echtheid op een sociaal aanvaarde wijze.
2.1.2. Muzische vorming
2.1.2.1. Muzische vorming – Beweging
· De leerlingen kunnen genieten van lichaamstaal, beweging en dans.
· De leerlingen kunnen een eenvoudig bewegingsverhaal opbouwen met als vertrekpunt iets wat gehoord, gezien, gelezen, gevoeld of meegemaakt wordt.
· De leerlingen kunnen samenwerken met anderen:
- om een eenvoudig dansverloop op te bouwen
- om al improviserend te reageren op elkaars beweging.
· De leerlingen kunnen bewegen op een creatieve manier en daarbij één of meerdere basiselementen van de beweging bespelen:
- tijd;
- kracht;
- ruimte;
- lichaamsmogelijkheden
· De leerlingen kunnen nieuwe dansen ontwerpen met eenvoudige passen en figuren.
2.1.2.2. Muzische vorming - Attitudes
· De leerlingen kunnen blijvend nieuwe dingen uit hun omgeving ontdekken.
· De leerlingen kunnen genieten van het muzisch handelen waardoor hun expressiemogelijkheden verruimen.
· De leerlingen kunnen vertrouwen op hun eigen expressiemogelijkheden en durven hun creatieve uitingen tonen.
· De leerlingen kunnen respect betonen voor uitingen van leeftijdgenoten, behorend tot eigen en andere culturen.
2.1.3. Sociale vaardigheden
2.1.3.1. Sociale vaardigheden – Domein samenwerking
· De leerlingen kunnen samenwerken met anderen, zonder onderscheid van sociale achtergrond, geslacht of etnische origine.