Onderwijsdoelen Pratende dingen
Onderwijsdoelen Pratende dingen
1. Nieuwe einddoelen (minimumdoelen kleuteronderwijs, 4de & 6de leerjaar)
1.1. 4de Leerjaar
1.1.1. Muzische vorming (te bereiken minimumdoelen op populatieniveau)
1.1.1.1. Domeinoverschrijdend
o Beschouwen
· De leerlingen kunnen het onderwerp, de bedoeling en hun eigen interpretatie van een artistieke en een muzische creatie verwoorden.
o Repertorium
· De leerlingen kunnen enkele kunststromingen en artistieke creaties verkennen (muziek, beeld, drama, dans, media)
o Vaardigheden en vormgevingsmiddelen
· De leerlingen kunnen technieken/vaardigheden van de vijf muzische domeinen gebruiken.
· De leerlingen kunnen vormgevingsmiddelen van de vijf muzische domeinen gebruiken:
- muziek: de woodblock, de toeter, de sleebel, de boomwhackers, de xylofoon;
- beeld: de graffiti, de waterverf, de plakkaatverf, de houtskool, de natuurklei;
- drama: het poppenspel, het schimmenspel;
- dans: de volksdans, het dansverhaal;
- media: de schijnwerper, de opnameapparatuur.
1.1.1.2. Drama
o Bouwstenen
· De leerlingen kennen de volgende begrippen: het personage, tot leven laten komen, de tegenspeler, de toneelschrijver, drama, de mime, de scène, het script, de mimiek, de rekwisieten, de belichting.
· De leerlingen kunnen zich inleven in een personage en de rol vasthouden.
· De leerlingen kunnen op het juiste moment inspelen op de ander.
o Vaardigheden en vormgevingsmiddelen
· De leerlingen kennen de volgende begrippen: het poppenspel, het schimmenspel.
1.1.2. Nederlands (te bereiken minimumdoelen op populatieniveau)
1.1.2.1. Literatuur
o Creatieve expressie in taal
· De leerlingen kunnen op basis van voorbeelden een eigen talige creatie maken.
1.2. 6de Leerjaar
1.2.1. Muzische vorming (te bereiken minimumdoelen op populatieniveau)
1.2.1.1. Domein overschrijdend
o Repertorium
· De leerlingen kunnen enkele kunststromingen en artistieke creaties verkennen (muziek, beeld, drama, dans, media)
o Vaardigheden en vormgevingsmiddelen
· De leerlingen kunnen technieken/vaardigheden van de vijf muzische domeinen toepassen.
· De leerlingen kunnen vormgevingsmiddelen van de vijf muzische domeinen toepassen:
- muziek: de grafische partituur, de koebel, de Orff-instrumenten;
- beeld: de optische illusie, beeldhouwen;
- drama: het rollenspel, de theatertekst, improviseren;
- dans: de wals, de tango, de moderne dans, de hiphop, de breakdance;
- media: de audiosoftware, de beeldbewerkingssoftware.
1.2.1.2. Drama
o Bouwstenen
· De leerlingen kennen de volgende begrippen: de monoloog, de dialoog, de tragedie, de komedie, de pantomime, het scenario, de regisseur.
· De leerlingen kunnen een personage geloofwaardig neerzetten.
· De leerlingen kunnen een scenario ontwerpen.
o Vaardigheden en vormgevingsmiddelen
· De leerlingen kennen de volgende begrippen: het rollenspel, de theatertekst, improviseren.
2. Oude einddoelen (ontwikkelingsdoelen & eindtermen)
2.1. 4de & 6de leerjaar (eindtermen)
2.1.1. Muzische vorming
2.1.1.1. Muzische vorming - Beeld
· De leerlingen kunnen door middel van kunst- en beeldbeschouwing een persoonlijk waardeoordeel ontwikkelen over beelden en beeldende kunst van vroeger, van nu en van verschillende culturen.
· De leerlingen kunnen door betasten en voelen (tactiel), door kijken en zien (visueel) impressies opdoen, verwerken en erover praten.
· De leerlingen kunnen plezier en voldoening vinden in het beeldend vormgeven en genieten van wat beeldend is vormgegeven.
2.1.1.2. Muzische vorming - Drama
· De leerlingen kunnen ervaringen, gevoelens, ideeën, fantasieën ... uiten in spel.
· De leerlingen kunnen een aan de speelsituatie aangepaste en aangename spreektechniek ontwikkelen (articulatie, adembeheersing, tempo, toonhoogte) en verschillende verbale en non-verbale spelvormen improviseren.
2.1.1.3. Muzische vorming - Attitudes
· De leerlingen kunnen blijvend nieuwe dingen uit hun omgeving ontdekken.
· De leerlingen kunnen zonder vooroordelen naar kunst kijken en luisteren.
· De leerlingen kunnen genieten van het muzisch handelen waardoor hun expressiemogelijkheden verruimen.
· De leerlingen kunnen vertrouwen op hun eigen expressiemogelijkheden en durven hun creatieve uitingen tonen.
· De leerlingen kunnen respect betonen voor uitingen van leeftijdgenoten, behorend tot eigen en andere culturen.