Onderwijsdoelen Kosmoskronkels
Onderwijsdoelen Kosmoskronkels
1. Nieuwe einddoelen (minimumdoelen kleuteronderwijs, 4de & 6de leerjaar)
1.1. 4de Leerjaar
1.1.1. Attitudes (te bereiken minimumdoelen op populatieniveau)
1.1.1.1. Persoonsvormende en socialiserende vaardigheden
o Verkeer
o Gezonde levensstijl
o Identiteit en respect
o Kinder- en mensenrechten
1.1.1.2. Leren leren
1.1.1.3. Leerondersteunende vaardigheden
o Veiligheid
o Verantwoordelijkheid opnemen om tot optimaal leren te komen
· De leerlingen kunnen zelfstandig, in duo en in groep werken zonder storend gedrag te vertonen.
· De leerlingen kunnen aangeven wat begrepen is en wat onduidelijk is.
· De leerlingen kunnen frustratie of onzekerheid uiten op een constructieve manier.
· De leerlingen kunnen luisteren naar wat de ander zegt en adequaat reageren.
1.1.2. Lichamelijke opvoeding (te bereiken minimumdoelen op populatieniveau)
1.1.2.1. Motorisch competenties en fysieke competenties
o Groot motorische en fysieke competenties
· De leerlingen kunnen in bewegingscontexten motorische basisvaardigheden ontwikkelen, gebruikmakend van diverse toestellen en materialen.
· De leerlingen kunnen in bewegingscontexten grootmotorische vaardigheden toepassen, waaronder heffen en dragen, klimmen en klauteren, rijden en glijden, sluipen en kruipen, springen en landen, stappen en lopen, werpen, vangen en trappen, zwieren, balanceren en roteren.
o Psychomotoriek (lichaamsperceptie, tijdsperceptie en ruimteperceptie)
· De leerlingen kunnen in bewegingscontexten bewegingen afstemmen op de ruimte (positie, afstand, richting, bewegingsbaan) in gecontroleerde situaties.
· De leerlingen kunnen in bewegingscontexten omgaan en rekening houden met de eigen lichaamskenmerken (mogelijkheden en beperkingen).
1.1.2.2. Zelfconcept en interactie in groep
· De leerlingen kunnen deelnemen aan teamgericht spel.
1.1.3. Muzische vorming (te bereiken minimumdoelen op populatieniveau)
1.1.3.1. Domein overschrijdend
o Vaardigheden en vormgevingsmiddelen
· De leerlingen kunnen technieken/vaardigheden van de vijf muzische domeinen gebruiken.
1.1.3.2. Dans
o bouwstenen
· De leerlingen kennen de volgende begrippen: de volgorde, solo, duo, de plaats in de ruimte, versnellen en vertragen.
· De leerlingen kunnen ritmische bewegingen versnellen en vertragen.
· De leerlingen kunnen in een specifieke opstelling dansen.
· De leerlingen kunnen zelf bewegingszinnen ontwerpen en uitvoeren.
· De leerlingen kunnen dansen vanuit een specifieke spierspanning.
· De leerlingen kunnen bewegingen vergroten, verkleinen en vervormen.
1.1.4. Wetenschap en techniek
1.1.4.1. Natuurkundige verschijnselen
· De leerlingen kennen magnetisme.
- Polen, noordpool, zuidpool, magnetische kracht
- Aarde al magneet
2. Oude einddoelen (ontwikkelingsdoelen & eindtermen)
2.1. 4de & 6de leerjaar (eindtermen)
2.1.1. Lichamelijk opvoeding
2.1.1.1. Lichamelijke opvoeding – motorische competenties
2.1.1.1.1. Zelfredzaamheid in kind-gerichte bewegingssituaties
o Lichaams- en bewegingsbeheersing
· De leerlingen kunnen de motorische basisbewegingen op een voldoend flexibele en verfijnde wijze aanwenden in gevarieerde en complexe bewegingssituaties.
o Voorkeurlichaamszijde, lichaamsopbouw, lichaamsbesef
· De leerlingen kennen en gebruiken hun voorkeurzijde om te wenden en te draaien rond de lengteas.
· De leerlingen tonen in het bewegen een intuïtief, maar ook een bewust kennen, aanvoelen, omgaan en rekening houden met de eigen lichaamskenmerken, -mogelijkheden en -beperkingen.
o Rustervaringen
· De leerlingen hebben in rust controle over ademhaling en spieren.
· De leerlingen zijn bereid om een sfeer van rust te creëren.
2.1.1.1.2. Groot-motorische vaardigheden en acties in gevarieerde situaties
o Ritmisch en expressief bewegen
· De leerlingen kunnen een danscombinatie (een aantal bewegingspatronen achter elkaar) onthouden en zonder aanwijzingen uitvoeren.
2.1.2. Muzische vorming
2.1.2.1. Muzische vorming – Beweging
· De leerlingen kunnen genieten van lichaamstaal, beweging en dans.
· De leerlingen kunnen een eenvoudig bewegingsverhaal opbouwen met als vertrekpunt iets wat gehoord, gezien, gelezen, gevoeld of meegemaakt wordt.
· De leerlingen kunnen samenwerken met anderen:
- om een eenvoudig dansverloop op te bouwen
- om al improviserend te reageren op elkaars beweging.
· De leerlingen kunnen bewegen op een creatieve manier en daarbij één of meerdere basiselementen van de beweging bespelen:
- tijd;
- kracht;
- ruimte;
- lichaamsmogelijkheden
2.1.2.2. Muzische vorming - Attitudes
· De leerlingen kunnen blijvend nieuwe dingen uit hun omgeving ontdekken.
· De leerlingen kunnen genieten van het muzisch handelen waardoor hun expressiemogelijkheden verruimen.
· De leerlingen kunnen vertrouwen op hun eigen expressiemogelijkheden en durven hun creatieve uitingen tonen.