Onderwijsdoelen Fluistergedicht
Onderwijsdoelen Fluistergedicht
1. Nieuwe einddoelen (minimumdoelen kleuteronderwijs, 4de & 6de leerjaar)
1.1. 4de Leerjaar
1.1.1. Muzische vorming (te bereiken minimumdoelen op populatieniveau)
1.1.1.1. Domeinoverschrijdend
o Repertorium
· De leerlingen kunnen enkele kunststromingen en artistieke creaties verkennen (muziek, beeld, drama, dans, media)
o Vaardigheden en vormgevingsmiddelen
· De leerlingen kunnen technieken/vaardigheden van de vijf muzische domeinen gebruiken.
1.1.1.2. Drama
o Bouwstenen
· De leerlingen kunnen zich inleven in een personage en de rol vasthouden.
· De leerlingen kunnen zich richten naar en rekening houden met het publiek tijdens het spelen.
· De leerlingen kunnen op het juiste moment inspelen op de ander.
1.1.2. Nederlands (te bereiken minimumdoelen op populatieniveau)
1.1.2.1. Lezen
o Vlot en vloeiend lezen
· De leerlingen kunnen teksten accuraat, met gepast tempo en met intonatie lezen (vloeiend lezen).
· De leerlingen kunnen teksten en boeken lezen met aandacht en doorzettingsvermogen.
1.1.2.2. Mondelinge taalgebruik
o Spreken, presenteren en vertellen
· De leerlingen kunnen ideeën, gedachten en verworven inzichten samenhangend formuleren.
· De leerlingen kunnen bij het vertellen of presenteren afstemmen op het spreekdoel en het publiek.
o Mondelinge interactievaardigheden
· De leerlingen kunnen doelgericht deelnemen aan mondelinge interactievormen zoals dialoog, discussie en groepsgesprek en hierbij de volgende interactiestrategieën toepassen:
- inspelen op de inbreng van de gesprekspartner(s);
- informatie, argument of mening in het gesprek inbrengen.
1.2. 6de Leerjaar
1.2.1. Attitudes (te bereiken minimumdoelen op populatieniveau)
1.2.1.1. Leerondersteunende vaardigheden
o Verantwoordelijkheid opnemen om tot optimaal leren te komen
· De leerlingen kunnen positief en met vertrouwen communiceren met leeftijdsgenoten en volwassenen.
1.2.2. Muzische vorming (te bereiken minimumdoelen op populatieniveau)
1.2.2.1. Domeinoverschrijdend
o Repertorium
· De leerlingen kunnen enkele kunststromingen en artistieke creaties verkennen (muziek, beeld, drama, dans, media)
o Vaardigheden en vormgevingsmiddelen
· De leerlingen kunnen technieken/vaardigheden van de vijf muzische domeinen toepassen.
1.2.2.2. Drama
o Bouwstenen
· De leerlingen kunnen een personage geloofwaardig neerzetten.
1.2.3. Nederlands (te bereiken minimumdoelen op individueel niveau)
1.2.3.1. Lezen
o Vlot en vloeiend lezen
· De leerling kan teksten expressief lezen.
1.2.3.2. Mondelinge taalgebruik
o Spreken, presenteren en vertellen
· De leerling kan ideeën, gedachten en verworven inzichten gestructureerd formuleren.
o Mondelinge interactievaardigheden
· De leerling kan doelgericht en genuanceerd deelnemen aan mondelinge interactievormen zoals dialoog, discussie en groepsgesprek en hierbij de volgende interactiestrategieën toepassen:
- voortbouwen op andermans ideeën;
- verbanden leggen tussen verschillende standpunten;
- argumenten bevragen en nuanceren;
- met ondersteuning tot een conclusie komen.
2. Oude einddoelen (ontwikkelingsdoelen & eindtermen)
2.1. 4de & 6de leerjaar (eindtermen)
2.1.1. Muzische vorming
2.1.1.1. Muzische vorming - Drama
· De leerlingen kunnen genieten van een gevarieerd aanbod van voor hen bestemde culturele activiteiten.
· De leerlingen kunnen ervaringen, gevoelens, ideeën, fantasieën ... uiten in spel.
· De leerlingen kunnen een aan de speelsituatie aangepaste en aangename spreektechniek ontwikkelen (articulatie, adembeheersing, tempo, toonhoogte) en verschillende verbale en non-verbale spelvormen improviseren.
· De leerlingen kunnen genieten van, praten over en kritisch staan tegenover het eigen spel en dat van anderen, de keuze van spelvormen, onderwerpen, de beleving.
2.1.1.2. Muzische vorming - Attitudes
· De leerlingen kunnen blijvend nieuwe dingen uit hun omgeving ontdekken.
· De leerlingen kunnen zonder vooroordelen naar kunst kijken en luisteren.
· De leerlingen kunnen genieten van het muzisch handelen waardoor hun expressiemogelijkheden verruimen.
· De leerlingen kunnen vertrouwen op hun eigen expressiemogelijkheden en durven hun creatieve uitingen tonen.
· De leerlingen kunnen respect betonen voor uitingen van leeftijdgenoten, behorend tot eigen en andere culturen.
2.1.2. Nederlands
2.1.2.1. Nederlands – Spreken
· De leerlingen kunnen (verwerkingsniveau = structureren) het gepaste taalregister hanteren als ze: vragen van de leerkracht in verband met een behandeld onderwerp beantwoorden.
· De leerlingen kunnen (verwerkingsniveau = structureren) het gepaste taalregister hanteren als ze: van een behandeld onderwerp of een beleefd voorval een verbale/non-verbale interpretatie brengen, die begrepen wordt door leeftijdgenoten.
2.1.3. Sociale vaardigheden
2.1.3.1. Sociale vaardigheden – Domein samenwerking
· De leerlingen kunnen samenwerken met anderen, zonder onderscheid van sociale achtergrond, geslacht of etnische origine.