Onderwijsdoelen Erwin Wurm - one minute sculptures
Onderwijsdoelen Erwin Wurm - one minute sculptures
1. Nieuwe einddoelen (minimumdoelen kleuteronderwijs, 4de & 6de leerjaar)
1.1. Kleuteronderwijs
1.1.1.Muzische vorming
1.1.1.1. Domein overschrijdend
o Vaardigheden en vormgevingsmiddelen
· De kleuters kunnen technieken/vaardigheden van de vijf muzische domeinen verkennen.
1.1.1.2. Beeld
o Bouwstenen
· De kleuters kennen de volgende begrippen: rood, geel, blauw, wit, grijs, zwart, groen, bruin, oranje, paars, licht, donker, rond, recht, gebogen, dik, dun, groot, klein, zacht, hard, ruw, glad, het patroon, de kunstenaar, de schilder, het schilderij.
1.1.1.3. Drama
o bouwstenen
· De kleuters kunnen eenvoudige rollen spelen.
· De kleuters kunnen een eenvoudige speelruimte benutten.
Lichamelijke opvoeding
1.1.1.4. Motorisch competenties en fysieke competenties
o Groot motorische en fysieke competenties
· De kleuters kunnen in bewegingscontexten motorische basisvaardigheden inzetten
· De kleuters kunnen in bewegingscontexten eenvoudige (groot motorische vaardigheden uitvoeren, waaronder heffen en dragen, klimmen en klauteren, rijden en glijden, sluipen en kruipen, springen en landen, stappen en lopen, werpen, vangen en trappen, zwieren, balanceren en roteren.
· De kleuters kunnen in bewegingscontexten de KLUSCE-componenten kracht, lenigheid, uithouding, snelheid, coördinatie en evenwicht inzetten.
· De kleuters kunnen in verschillende bewegingscontexten spel- en bewegingsactiviteiten uitvoeren en met verschillende materialen.
o Psychomotoriek (lichaamsperceptie, tijdsperceptie en ruimteperceptie)
· De kleuters kunnen in bewegingscontexten eenvoudige bewegingen afstemmen op tijd (duur, tempo, ritme, volgorde)
· De kleuters kunnen in bewegingscontexten eenvoudige bewegingen afstemmen op de ruimte (positie, afstand, richting, bewegingsbaan)
· De kleuters kunnen in bewegingscontexten eenvoudige bewegingen afstemmen op zintuigelijke signalen (auditief, visueel, tactiel)
1.1.1.5. Zelfconcept en interactie in groep
· De kleuters kunnen binnen een eenvoudige spelvorm één tot twee spelregels opvolgen.
· De kleuters kunnen in hun bewegingsvaardigheid durf tonen.
1.2. 4de Leerjaar
1.2.1.Muzische vorming
1.2.1.1. Domeinoverschrijdend
o Repertorium
· De leerlingen kunnen enkele kunststromingen en artistieke creaties verkennen.
o Vaardigheden en vormgevingsmiddelen
· De leerlingen kunnen technieken/vaardigheden van de vijf muzische domeinen gebruiken.
1.2.1.2. Drama
o Bouwstenen
· De leerlingen kunnen op het juiste moment inspelen op de ander.
1.2.2. Attitudes
1.2.2.1. Leerondersteunende vaardigheden
o Verantwoordelijkheid opnemen om tot optimaal leren te komen
· De leerlingen kunnen zelfstandig, in duo en in groep werken zonder storend gedrag te vertonen.
1.3. 6de Leerjaar
1.3.1.Muzische vorming
1.3.1.1. Domeinoverschrijdend
o Repertorium
· De leerlingen kunnen enkele kunststromingen en artistieke creaties verkennen.
o Vaardigheden en vormgevingsmiddelen
· De leerlingen kunnen technieken/vaardigheden van de vijf muzische domeinen gebruiken.
1.3.1.2. Beeld
o Bouwstenen
· De leerlingen kunnen ruimte-innemende, ruimte doorstekende en ruimte-omvattende creaties maken.
1.3.2. Attitudes
1.3.2.1. Leerondersteunende vaardigheden
o Verantwoordelijkheid opnemen om tot optimaal leren te komen
· De leerlingen kunnen doorzettingsvermogen tonen om een opdracht tot een goed einde te brengen, ook als het moeilijk wordt.
· De leerlingen kunnen positief en met vertrouwen communiceren met leeftijdsgenoten en volwassenen.
2. Oude einddoelen (ontwikkelingsdoelen & eindtermen)
2.1. Kleuteronderwijs (ontwikkelingsdoelen)
2.1.1.Muzische vorming
2.1.1.1. Beeld
· De kleuters kunnen materiaalgevoeligheid ontwikkelen door exploreren en experimenteren.
· De kleuters kunnen verschillende beeldende, technische middelen aanwenden en samen gebruiken om tot beelden werk te komen.
· De kleuters kunnen impressies uiten in een persoonlijke, authentieke creatie en plezier scheppen in het zoeken en vinden.
2.1.1.2. Drama
· De kleuters kunnen zich inleven in personages en dingen uit de omgeving en deze uitbeelden.
2.1.1.3. Attitudes
· De kleuters kunnen openstaan voor nieuwe dingen uit hun omgeving.
· De kleuters kunnen ervan genieten bezig te zijn met de dingen die hen omringen om hun expressiemogelijkheden te ontdekken
· De kleuters kunnen vertrouwen op hun expressiemogelijkheden en durven hun eigen expressie-stijl tonen
· De kleuters kunnen respect betonen voor uitingen van leeftijdgenoten, behorend tot de eigen en de andere culturen.
· De kleuters kunnen genieten van de fantasie, de originaliteit, de creativiteit en de zelfexpressie in ‘kunstwerken’.
2.1.2.Lichamelijk opvoeding - motorische competenties
2.1.2.1. Zelfredzaamheid in kindgerichte bewegingssituaties
o Lichaams- en bewegingsbeheersing
· De kleuters kunnen de eigen bewegingsbaan stopen, richten en wijzigen afhankelijk van statische en dynamische objecten: andere bewegers, obstakels, bewegende voorwerpen.
· De kleuters kunnen het evenwicht behouden in verplaatsingen en bij houdingen op diverse steunvlakken.
· De kleuters kunnen onder begeleiding kleuteraangepast materiaal veilig heffen, dragen en verplaatsen
o Complexe lichaams- en bewegingsorganisatie
· De kleuters kunnen voor verschillende basisbewegingen de ledematen functioneel en gecoördineerd inschakelen.
· De kleuters kunnen vlot en spontaan de zijkanten van het lichaam gebruiken en zijwaarts bewegen.
· De kleuters kunnen de armen en benen afwisselend bewegen.
o Lichaamsbouw
· De kleuters tonen in het bewegen dat ze de opbouw van het lichaam aanvoelen en kennen en dat ze intuïtief rekening houden met de lichaamsopbouw en met lichaamsgrenzen en -verhoudingen.
· De kleuters kunnen zelf actief omgaan met wijzigingen in de lichaamshouding rekening houdend met de omgeving.
2.1.2.2. Bewegingsantwoorden
· De kleuters kunnen een gepast bewegingsantwoord geven op eenvoudige speltaken, bewegingsopdrachten, afspraken en regels.
2.1.2.3. Handelend omgaan met betekenisinhouden
· De kleuters tonen in het handelen omgaan met betekenisinhouden een toenemend begrijpen, toepassen en verwoorden van:
- spelideeën van kinderspelen
- lichaams-, bewegings-, ruimte- en tijdsbegrippen, facetten en fysieke kennis
2.1.3. Lichamelijke opvoeding – zelfconcept en het sociaal functioneren
· De kleuters tonen een intrinsieke belangstelling om diverse nieuwe bewegingssituaties te verkennen
· De kleuters kunnen speels bezig zijn met de eigen beweging en lichamelijkheid
· De kleuters tonen in het experimenteergedrag dat ze de eigen mogelijkheden en begrenzingen aanvoelen.
· De kleuters durven de eigen bewegingsvormen en behendigheden tonen
· De kleuters kunnen in bewegingssituaties respectvol rekening houden met de veiligheid en de vermogens van andere kleuters en passen hun handelingen aan
· De kleuters kunnen binnen een eenvoudige spelvorm één tot twee spelregels opvolgen
2.2. 4de & 6de leerjaar (eindtermen)
2.2.1.Muzische vorming
2.2.1.1. Beeld
· De leerlingen kunnen plezier en voldoening vinden in het beelden vormgeven en genieten van wat beelden is vormgegeven.
· De leerlingen kunne tactiele, visuele impressies, ervaringen, gevoelens en fantasieën op een bepaalde manier weergeven.
2.2.1.2. Beweging
· De leerlingen kunnen bewegen op een creatieve manier daarbij een of meerdere basiselementen van de beweging bespelen:
- tijd
- kracht
- ruimte
- lichaamsmogelijkheden
2.2.1.3. Attitudes
· De leerlingen kunnen blijvend nieuwe dingen uit hun omgeving ontdekken.
· De leerlingen kunnen vertrouwen op hun eigen expressiemogelijkheden en durven hun creatieve uitingen tonen.
· De leerlingen kunnen respect betonen voor uitingen van leeftijdsgenoten, behorend tot eigen en andere culturen.
2.2.2. Sociale vaardigheden
2.2.2.1. Domein samenwerking
· De leerlingen kunnen samenwerken met anderen, zonder onderscheid van sociale achtergrond, geslacht, of etnische origine.