Brol (werktitel)

{ nieuws }

WAT ZAT ER IN DE COLLECTIE VAN FILOSOOF JAAP KRUITHOF?

uit De Standaard 28/02/2019

© collectie Jaap Kruithof/mas en huis van alijn

Tienduizend doodgewone dingen

Terwijl iedereen dacht dat Jaap Kruithof ­filosofische traktaten aan het schrijven was, struinde hij rommelmarkten en kringloopwinkels af. Zijn collectie van tienduizend voorwerpen is nu door het Mas op waarde geschat. Maar wat zat erin? ‘Hij noemde het zelf prullaria en brol’, zegt zijn zoon. 

Bij leven was Jaap Kruithof (1929-2009) filosoof, maatschappij­criticus en een gepas­sioneerd verzamelaar. Vanaf het overlijden van zijn vader in 1973 zou hij de rest van zijn leven objecten in huis halen. Eerst zocht hij in antiekwinkels en ­brocantezaken, later op rommelmarkten en sinds zijn pensionering vrij doorgedreven in kringloopwinkels.

Zo bracht hij tienduizend spullen bij mekaar, een eclectisch en bont allegaartje van popjes, beeldjes, karretjes, kappersgerei, tegels, drukstempels, fossielen, onderzetters, waaiers en rokersspullen. En dan vergeten we de fietspompen nog, de reclameblaadjes en de toeristische souvenirs. Geleidelijk schakelde hij over van spullen die hij goed vond, naar een tentoonstelling van ‘Zo is de mens’.

Het Museum Primrose noemde hij het, naar het huis dat de ­familie in Mortsel bewoonde. ‘De naam van de villa was er al’, zegt Marc Kruithof (58), de jongste van de kinderen. ‘Het was een huurhuis. Mijn vader was tegen eigendom. Hij vond dat niemand zich grond kon toe-eigenen, dus hebben mijn ouders hun leven lang gehuurd. Geleidelijk aan nam de collectie het huis in, daar was mijn moeder niet altijd even blij mee. Toen mijn zus het huis ­uitging, werd haar kamer een ­museumopslag. De mijne werd de bibliotheekkamer.’

Optimaal gebruik kelder

Gelukkig was het huis volledig onderkelderd. In de inventaris die Jaap Kruithof in 2005 maakte, is te zien dat de kelderruimtes optimaal aangesproken werden. Het kelderatrium was voor de mobiele brigade, met miniatuurkarretjes, vliegtuigjes, treintjes en boten. In de werkkelder lagen allerlei gereedschap en medische instrumenten. De garage was de grootste. Daar stonden 44 rekken, met minihuisjes, iconen, make-up en waaiers. In de droogkelder stond het antiek uit zijn beginperiode. En fossielen.

Kruithof koos zijn spullen op vorm, zeldzaamheid of ouderdom. Met nieuwe spullen hield hij zich niet bezig. Vaak liet hij zich leiden door zijn intuïtie. En door de prijs. Aanvankelijk hield hij de bovengrens op honderd frank (2,5 euro). Toen hij op dreef kwam, ging hij tot tweehonderd of driehonderd frank. Later werd vijf euro het maximum.

‘Mijn vader kon geweldig opgezet zijn met een stuk en hoopte dat anderen dat dan ook waren’, zegt Marc Kruithof. ‘Hij kon extatisch zijn over de lage prijs. Kijk, voor vijf frank! Terwijl het op zichzelf een prul was die echt niet meer waard was dan vijf frank. Dan ging hij er op een andere manier naar kijken, waardoor hij er toch de waarde van inzag. Soms koos hij om de esthetische redenen en vond hij iets gewoon mooi. Zijn drijfveer was een stuk te behoeden voor de teloorgang.’

Het dagelijkse leven

Na zijn overlijden kwam de collectie bij het Antwerps erfgoedmuseum Mas terecht. Dat heeft het voorbije jaar de tienduizend stukken gescreend om er de waarde van te bepalen. Het museum beschouwt ze als een totaalconcept met filosofische waarde. Ze spoort met Kruithofs kritiek op de wegwerpcultuur. ‘We gooien te veel weg en we gooien het verkeerde weg’, was een van zijn stellingen. Dus bewaarde hij voorwerpen die anderen doorgaans niet bijhouden.

De collectie is een visuele weergave van de ‘waarde van dingen’, een kernidee in het denken van Kruithof. Ze drukt dat uit door haar veelheid en door de nederigheid van de voorwerpen. Allemaal zijn ze gebruikt. Of ze nu duur zijn of onooglijk, allemaal staan ze in broederlijke nevenschikking naast mekaar. Tot de kern samengevat ziet het Mas er een weergave in van het dagelijkse leven in ­België en West-Europa tussen 1850 en 2009.

De helft mag weg

‘Krampachtig de hele collectie proberen te bewaren, heeft geen zin’, zegt conservatrice Leen Beyers. ‘In zijn geschriften zei Kruithof zelf dat het eclectische karakter primeert. Tegen het eind van zijn leven gaf hij toe dat er misschien twee- of drieduizend stukken weg mochten, maar met af­stoting had hij het moeilijk. Als een museum collectiestukken verwijdert, doet het dat op cultuurhistorische en visuele gronden. Nu niet. We doen het at random. Van de 160 dozen waarin de collectie zit, houden we de helft over. Voor elke doos die we houden, gaat er één weg. Ook met de helft kunnen we het eclectische en het verrassende aspect van de collectie bewaren.’

Op de vijfduizend stukken die het Mas behoudt, zal het geregeld kunstenaars laten werken om er weer nieuwe lijnen in te trekken. Voor de vijfduizend die het wegdoet, bouwt het nog enige om­zichtigheid in. Musea die denken er hun collectie mee te kunnen aanvullen, hebben een maand de tijd om stukken aan te vragen.

‘De oplossing voor de stukken die we uiteindelijk afstoten, is een statement’, zegt Beyers. ‘We gaan ze aanbieden voor upcycling. Gespecialiseerde organisaties kunnen ze recycleren. Dat lijkt ons een bestemming die in lijn ligt met de opvattingen van Jaap Kruithof.’

artikel door Geert Sels

kunst in zicht

warandestraat 42

2300 Turnhout

014 47 23 35